Obstipatie,
in de spreektaal ook wel verstopping genoemd, is de medische term voor een
vertraagde of moeizame defecatie (stoelgang). Obstipatie tijdens de
kinderjaren is een wereldwijd probleem: 0,7 tot 29,6% van de kinderen er
last van. Bij de overgrote meerderheid (95%) van de kinderen wordt geen
oorzaak gevonden en spreekt men van ‘functionele’ of ‘non-organische’
obstipatie.
Obstipatie is een syndroom, geen ziekte. Voor de behandeling van functionele
obstipatie worden meestal laxeermiddelen ingezet in combinatie met educatie.
De bewegingen van de dikke darm
Bij obstipatie zijn de ringvormige insnoeringen van de dikke darm vaak
versterkt. De ontlasting blijft daardoor veel langer in de dikke darm.
Hierdoor wordt er te veel vocht opgenomen, waardoor de ontlasting teveel
indikt en hard wordt.
Abnormale functies darm en broekpoepen
Moeilijkheden met ontlasten kan veroorzaakt worden door abnormale functies
van de dikke darm. Er is geen sprake van een luie, maar van een overijverige
darm. Ophoping van de ontlasting leidt tot vermindering van het
aandranggevoel met als gevolg encopresis (broekpoepen) of overloopdiarree.
Kinderen met encopresis poepen regelmatig in hun broek, dit past niet bij de
leeftijd. Doorgaans voelen ze het zelf niet aankomen, en merken ze zelf ook
niet dat ze het in hun broek hebben gedaan. Hier kunnen ze erg onzeker van
worden en zelfs in een sociaal isolement raken omdat ze zich schamen of
gepest worden. Encopresis wordt veroorzaakt door langdurige obstipatie. Het
kind komt in een vicieuze cirkel terecht als het, vanwege de pijn bij het
drukken, de ontlasting nog langer ophoudt. Het darmkanaal wordt uitgerekt
waardoor de natuurlijke drang om te ontlasten verdwijnt. Het resultaat is
een opeenhoping van harde ontlasting, waar vloeibare ontlasting langs gaat
lekken. Deze vloeibare ontlasting komt terecht in het ondergoed. Encopresis
komt bij jongens vaker voor dan bij meisjes (80% van de kinderen met
encopresis is een jongen). Voedselovergevoeligheid
Overgevoeligheid voor melkproducten komt vrij veel voor. Hierbij is er een
duidelijk verschil tussen koemelkallergie en lactose-intolerantie.
Obstipatie kan ook ontstaan door gevoeligheid voor gluten. Gluten of
melkproducten kunnen tijdelijk worden vervangen om te kijken of de klachten
verbeteren.
Dit mag alleen onder begeleiding gedaan worden met een kinderarts en
behandelend diëtist.
Voedings- en leefpatroon
Een belangrijke oorzaak van obstipatie kan een verkeerd voedings- en
leefpatroon zijn. Vooral minder vezelrijke producten, minder vocht en minder
lichaamsbeweging. Kinderen bewegen tegenwoordig veel minder dan vroeger. Na
een schooldag gaan ze thuis televisie kijken of op de computer spelen,
terwijl lichaamsbeweging een gunstig effect heeft op het voorkomen van
obstipatie. Door beweging wordt de darmwerking extra gestimuleerd.
Diëtist
De behandeling van obstipatie door de diëtist is het geven van
leefstijladviezen. Vezelrijke voeding, vocht en beweging staan hierbij
centraal.
De diëtist kan stimuleren het kind meer buiten te laten spelen met anderen,
actief bezig te zijn, naar de sportclub te laten gaan, naar school te laten
lopen of fietsen.
De diëtist kan u en uw kind adviseren over variatie in vezels en vezelrijke
producten, de hoeveelheid en soort vocht wat uw kind drinkt en eventueel het
gebruik van probiotica. Daarnaast kan de diëtist u en uw kind adviseren over
het (on)nodig gebruik van laxeermiddelen. Gebruik in ieder geval
laxeermiddelen alleen op advies van de huisarts.
1. Berg van den, MM, Benninga, MA, Di Lorenzo, C. Epidemiology of Childhood
Constipation: A Systematic Review. The American Journal of Gastroenterology,
vol 101, 10, 2401 - 2409
2. Carroccio, A, Iacono, G. (2006). Review article: chronic constipation and
food hypersensitivity, Alimentary Pharmacology & Therapeutics 24, 1295–1304
3. Catto-Smith, AG. (2005). Constipation and toileting issues in children.
MJA Practice Essentials – Paediatrics; 182, 5, 242–246Croffie, JM. (2006).
Constipation in Children. Indian Journal of Pediatrics, vol 73, 697-702
4. GGZ Kinderen en Jeugd
www.ggzkinderenenjeugd.nl/templates/RichContentZonder.aspx?PageID=8490
5. Maag Lever Darm Stichting. (2007). Verstopping bij kinderen. Brochure,
vierde druk.
6. Maag Lever Darm Stichting. (2008). Algemene werking van de darm. Paper
7. Nutricia
www.nutricia.nl/patient/asp/show_subject.asp?id=3421
8. Scaillon le, M., Cadranel, S. (2006). Food allergy and constipation in
childhood: how functional is it? European Journal of Gastroenterology &
Hepatology, vol 18, no 2, 125–128
9. Stichting VoedselAllergie,
www.voedselallergie.nl/algemene-informatie
10. Tiebie, J. (2008). Diëtist buiten het ziekenhuis. [thema: NZO symposium
voeding en darmgezondheid: theorie en praktijk]. VoedingsMagazine nr 1, 21e
jaargang, 20-21
11. Voedingscentrum
http://www.voedingscentrum.nl/nl/eten-gezondheid/gezond-eten/vakken-schijf-van-vijf/vak-1-groente-en-fruit/gezondheidseffecten.aspx
▲Gezond trakteren Net als iedere ouder wilt ook u natuurlijk dat uw kind uitgroeit tot een
gezonde volwassene die lekker in z’n vel zit. Een gezonde leefstijl is
daarvoor de beste basis.
Trakteren is een feest voor elk kind. Trakteren is een spannend moment,
waarbij een kind goed voor de dag wil komen in de klas. Het is daarom
belangrijk dat de traktatie er leuk en feestelijk uitziet. Vetten en suiker
doen er minder toe. Een gezonde traktatie is niet te veel en niet te groot
en bevat weinig calorieën. Het is natuurlijk niet verplicht iets eetbaars
uit te delen. Stuiterballen, een pen of een ander klein cadeautje zijn ook
een mogelijkheid. Kiest u wél voor iets eetbaars, dan is een belangrijk
uitgangspunt dat een traktatie een extraatje is. Het hoeft dus niet groot te
zijn! Zowel in zoet als in hartig zijn goede keuzes te maken. Fruit is het
gezondst om uit te delen. Hartige traktaties als chips of zoutjes bevatten
meestal veel calorieën en verzadigd vet, waardoor kinderen vaak hun
broodtrommel niet meer leeg eten. Een klein zakje chips bevat meestal al 150
calorieën en 9 gram vet. De aanbevolen hoeveelheid vet voor een kind van 4
tot 8 jaar is ongeveer 40 gram vet en voor een kind van 9 tot 12 jaar
ongeveer 60 gram vet per dag. Een kind komt dus snel aan zijn aanbevolen
hoeveelheid vet.
Een traktatie zonder snoep kan bestaan uit brood, eierkoeken, ontbijtkoek,
rijstwafels, soepstengels, kleine cadeautjes, stukjes groente, stukjes
fruit, pannenkoek, popcorn, rozijntjes of waterijsjes. Wilt u graag snoep
trakteren, combineer dan iets gezonds met een klein snoepje.
Suggesties voor traktaties zonder snoep
Brood, eierkoeken, ontbijtkoek, rijstwafels en soepstengels
- Minikrentenbol met eventueel een leuke prikker, parapluutje of vlaggetje
erin
- Eierkoeken versierd
- Ontbijtkoek in stukjes en versierd met een leuke prikker, een leuk
parapluutje of vlaggetje of verpakt in bonbonpapiertjes (zogenaamde caisses)
- Minirijstwafel met halvarine en gekleurde vruchtenhagel of gekleurde
muisjes
- Soepstengel met een speeltje of een ballon in een kleurig bakje
Cadeautjes
- Klik-klak-kikker
- Roltong
- Stuiterbal
- Armbandje
- Leuk potlood of aardige pen
- Knikkers in een zakje of stuk cellofaan met een strik
- 3 schoolbord- of stoepkrijtjes bundelen met strik
Fruit en
groente
- Augurk met parapluutje
- Mandarijnen versierd:
met parapluutje of in een puntzak van gekleurd papier
als poes: Gebruik de steelaanzet als neus. Steek bovenin twee amandelen
als oortjes, gebruik twee cocktailprikkers als snorharen en twee kleine
rozijnen of krenten als
ogen.
Snijd eventueel aan de onderkant een klein stukje af, dan staan de poezen
stevig.
Als Maja de bij: Teken met zwarte viltstift een gezichtje op een
mandarijntje en steek er twee cocktailprikkers in als voelsprieten. Blaas
een ballon* niet te groot op en
plak dit
als lijf aan de mandarijn. Schrijf eventueel eerst een tekst op de ballon
- Meloen of komkommer met een parapluutje
- Trosje druiven in cellofaan dichtgeknoopt met een strik of mooi lint
- Sinaasappelolifant: Gebruik kleine sinaasappels. Snijd uit de schil een
slurf en trek deze een beetje los van het vruchtvlees. Maak met twee
rozijnen oogjes. Snijd eventueel aan de onderkant een klein stukje af, dan
staan de olifanten stevig.
- Spies met fruit zoals druif, mandarijn, aardbei, blokje meloen en/of mango
- Spies met kerstomaatje, klein augurkje, stuk komkommer, blokje meloen,
ananas of mango, partje mandarijn, druif
- Spies met kaas en tomaat in leuke vormpjes zoals sterren, hartjes of
maantjes.
Pannenkoek
- Pannenkoekrolletje ; gebruik eventueel kant en klare pannenkoeken: Besmeer
pannenkoeken dun met hazelnootpasta of jam en rol ze op óf rol pannenkoeken
op met daarin een lange (kabel)spek en snijd ze met een scherp mes in
stukjes. Zet de rolletjes vast met een parapluutje, vlaggetje of andere
prikker.
- Steek 1 à 2 pannenkoekrolletjes aan een prikker met een aardbei
- Steek 1 à 2 pannenkoekrolletjes aan een prikker met kleine marshmallow of
yoghurtgum
Popcorn
- Popcornrups: Een rups van een lange strook crêpepapier met in ieder
segment boterhamzakjes popcorn. Vul kleine boterhamzakjes met popcorn. Maak
zoveel zakjes als er kinderen zijn. Kies een mooie kleur crêpepapier en leg
het papier in de lengte helemaal uit. Vorm met een prop papier in het
crêpepapier een kop van de rups. Leg achter de kop een zakje popcorn, vorm
het crêpepapier er omheen, bind het vast met een lintje en doe hetzelfde met
de volgende zakjes popcorn. Steek in de kop twee cocktailprikkers als
voelsprieten en teken er ogen en een mond op.
- Mooie wegwerpbekertjes (K3, Kikker, Barbie, Cars enz.) met popcorn
- Doorzichtig bekertje popcorn verpakt in cellofaan en dichtgebonden met
lint
- Puntzakje van een vouwblaadje met popcorn
Rozijntjes
- doosjes rozijntjes verpakt met lint of ballon
Meer suggesties voor traktaties kunt u vinden op de Traktatieposter van het
Voedingscentrum en op diverse websites zoals
www.gezondtrakteren.nl en
www.party-kids.nl
Minder
zout is goed voor iedereen. Maar voor kinderen is nu berekend wat het
daadwerkelijke effect ervan is. Wanneer kinderen tussen de 4 en 18 jaar hun
zoutinname halveren, drinken ze twee glazen frisdrank minder per week.
Hierdoor lopen ze minder risico op hoge bloeddruk en obesitas.
Kinderen van 2 tot 4 jaar krijgen ongeveer 40 % te veel zout binnen. Bij
kinderen van 4 tot 7 jaar ligt dit op 30 %. Dat blijkt uit onderzoek dat de
Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM) publiceerden in december 2009. Voor peuters en kleuters is
het ongezond als zij op een dag meer dan 3 respectievelijk 4 gram zout
binnenkrijgen. Het onderzoek laat zien dat peuters zo'n 4,3 gram
binnenkrijgen en kleuters ongeveer 5,1 gram. Het grootste deel van deze
zoutinname komt van graan-, melk- en vleesproducten. Binnen deze
productgroepen waren brood, melk, yoghurt en kaas de grootste zoutbronnen.
Naar schatting is een kwart van de inname afkomstig van toegevoegd zout bij
koken of aan tafel. Als kinderen te veel zout binnenkrijgen, kan dat leiden
tot een te hoge bloeddruk en een hogere BMI.
Mijn advies is: kies voor producten met minder zout. Let op zoutgehalte
(natrium) van voedingsmiddelen op het etiket en wees voorzichtig met het
toevoegen van zout tijdens de bereiding van de warme maaltijd. Neem
bijvoorbeeld JoZo Bewust of Lo Salt. Deze zouten bevatten 50 - 90% minder
natrium en zijn te koop bij supermarkt, drogist of reformwinkel.
Zout bevat natrium (afgekort als Na). Dit is de stof in zout die de
bloeddruk verhoogt; 1 gram zout bevat ongeveer 400 milligram (0,4 gram)
natrium. Door minder zout te eten, gaat de bloeddruk meestal omlaag. De
gemiddelde Nederlander krijgt zo’n 9 gram zout per dag binnen en kinderen
meer dan 4 gram! Dat is veel meer dan nodig is; 1 tot 3 gram is al
voldoende. Verse voedingsmiddelen zoals niet voorbereide vlees, kip, kalkoen
en vis bevatten maar weinig zout. Hetzelfde geldt voor groenten en fruit,
voor aardappelen, rijst en pasta. In verhouding bevatten de volgende
voedingsmiddelen veel zout:
- Aardappelpuree uit een pakje en aardappelkroketten.
- Brood
- Chips, gezouten nootjes, zoute stokjes
- Gemarineerd, gekruid en gepaneerd vlees dat u bij de slager of in de
supermarkt koopt.
- Kaas, zowel jonge belegen als oude kaas, smelt- en smeerkaas
- Kant-en-klare maaltijden en gerechten als kant-en-klare hachee, ragout,
goulash
- Sauzen
- Snacks als kroket, loempia, bitterballen, saucijzenbroodje en frikadel.
- Soep uit pakje, blik of glas.
- Tomatensaus
- Worst, rookworst, knakworst, hamburgers, saucijzen en slavinken.
Op de verpakking van veel producten staat de voedingswaarde-aanduiding. Door
etiketten van producten te vergelijken, kunt u een gezonde keuze maken. Let
hierbij vooral op het natriumgehalte (Na).
Voor meer informatie over zout in de voeding kunt u kijken op de website van
de school: www.voedingscentrum.nl en www.zoutbeperkt.nl
-
Geef zo lang mogelijk borstvoeding. Borstvoeding vormt een goede basis voor
een gezonde leefstijl en kan overgewicht voorkómen. Tevens zorgen de stoffen
in moedermelk voor een goede afweer van de baby.
- Varieer met de fruithapjes. Varieer met de smaken van fruithapjes. Hoe
vaker kinderen een smaak hebben geproefd hoe eerder ze het lekker vinden.
Zorg ervoor dat fruit eten een feestje wordt.
- Geef elke dag een ontbijt. Het ontbijt is de start van de dag. Alle
voedingsstoffen die er de vorige dag in zijn gestopt zijn op. Het is
belangrijk om het lichaam van kinderen nieuwe en goede voedingsstoffen te
geven voor de hele dag zodat ze voldoende energie hebben om lekker te doen
wat ze willen.
- Geef maximaal 2 á 3 tussendoortjes. Gezonde tussendoortjes zijn
tussentijdse bronnen van vitaminen, mineralen en voedingsvezels. Belangrijk
is dat ze bewust en slim gekozen worden, zodat ze een goede aanvulling op de
maaltijd zijn. Daarnaast is het belangrijk dat het ook vitaminen, mineralen
en andere essentiële voedingsstoffen bevat. Geef kinderen tussendoor vers
fruit, een boterham of mueslibol, een rijstwafel of een eenvoudige
(volkoren)biscuit.
- Eet groente en fruit vaker tussendoor (zo haal je gemakkelijk 2 stuks
fruit en 200 gram groente). Fruit en groente zijn makkelijk te knabbelen
tussendoor en dus geweldig te gebruiken als tussendoortje. Op deze manier is
het voor ouders ook minder bezwaarlijk dan hun kinderen tijdens het
avondeten niet al hun groenten opeten (ze hebben namelijk de dagelijkse
hoeveelheid al binnen). Zorg dus dat je altijd het favoriete fruit en
groente van je kind op voorraad hebt.
- Koop seizoensfruit, ga naar de markt. Gezond hoeft niet duur te zijn. Zorg
dat er altijd groente en fruit in huis is. Bezuinig hier niet op. Als
kinderen vroeg leren om groente en fruit lekker te vinden, zullen ze hier de
rest van hun leven profijt van hebben.
- Eet ook groente en fruit uit blik of diepvries. Veel ouders vinden dat
groente en fruit erg bederfelijk zijn. Voor sommige soorten klopt dit, maar
er zijn genoeg soorten groente en fruit in blik, glas of uit de diepvries
verkrijgbaar. Deze producten zijn een gezond alternatief.
- Maak een lekkere en leuke lunch klaar. Laat de kinderen altijd eten van
een bordje. Geef uw kind in ieder geval twee boterhammen met beleg, een
beker zuivel en een stuk fruit of rauwkost, ook als ze overblijven op
school. Geef geen snoep mee in het trommeltje. Op de eerste plaats is snoep
alleen iets voor ‘speciale’ momenten, is het slecht voor het gebit en brengt
het onrust. Kinderen die geen snoep bij zich hebben willen gegarandeerd ook
snoep. Varieer in wat je je kind meegeeft voor het overblijven. Maak het
overblijven spannend door tegen je kind te zeggen dat er een hele grote
verrassing in zijn trommeltje zit en doe er vervolgens leuke versierde
boterhammetjes in (kijk op de site van Leukelunch).
- Vul pizza's, soep, salades of kant en klaar maaltijden aan met extra
groente (of fruit). Op deze manier krijgen kinderen ongemerkt meer groente
en fruit binnen. Soms halen kinderen alle groenteslierten eruit. Mix de
groente dan fijn, zodat ze niet meer zichtbaar zijn.
- Laat kinderen kiezen welke groente er gegeten wordt. Kinderen laten kiezen
wat er gegeten wordt en ze mee laten helpen zorgt ervoor dat kinderen meer
waardering krijgen voor eten. Zorg dat er altijd tomaat, komkommer en
worteltjes op voorraad zijn.
- Eet op tijd, een vermoeid kind eet slechter. Kinderen zijn gebaat bij
regelmaat. Eet dus zoveel mogelijk op dezelfde tijden. Wacht niet met eten
totdat je kind eigenlijk al te moe is voor een maaltijd. Als je kind te moe
is, heeft hij geen aandacht en geen trek meer. Juist bij het aanleren van
vaste maaltijdmomenten is het heel belangrijk dat je kind op tijd eet.
- Bedenk één keer per week een nieuw gerecht of groente om te eten. Betrek
je kind bij het verzinnen van het nieuwe product. Kinderen zijn van nature
neofobisch, dit betekent dat ze moeite hebben met nieuwe smaken. Het duurt
gemiddeld tien keer proeven wil het kind aan een smaak gewend zijn. Blijf
dus nieuwe gerechten/smaken uitproberen.
- Leer kinderen water te drinken. Kinderen moeten gestimuleerd worden om
meer te drinken Hun dorstgevoel is nog niet volledig ontwikkeld daardoor zij
weinig uit zichzelf drinken. Kinderen hebben ongeveer1 tot 1½ liter vocht
nodig per dag. Concreet betekent dit dat kinderen zeven tot tien glazen
vocht per dag moeten drinken. Dit heb je nodig voor de afvoer van
afvalstoffen en vetafbraakproducten. Bij het drinken van weinig water kun je
bijvoorbeeld last krijgen van hoofdpijn of vermoeidheid. Deze 1 -1 ½ liter
vocht hoeft niet alleen water te zijn, al het vocht wat je kind op een dag
binnen krijgt mag je meetellen, maar het spreekt voor zich dat frisdrank
niet tot de goede keuze behoort. Reken dus alleen water, thee, melk en
vruchtensap mee. Kinderen drinken vaak ongezond: te weinig water en melk en
te veel gezoete frisdranken. Leer daarom je kind regelmatig water te
drinken. Een eigen flesje stimuleert kinderen om meer te drinken.
- Gebruik snoep niet als beloning of troost. Kinderen worden al vroeg
geleerd dat snoepen een beloning is. Kijk maar eens om je heen hoe snoep aan
kinderen wordt aangeboden. Dit is absoluut aangeleerd, want jonge kinderen
kun je ook leren blij te worden van bijvoorbeeld fruit. Gebruik snoep ook
niet als troost. Vaak troosten ouders kinderen als ze bijvoorbeeld zijn
gevallen met ‘kom maar, dan krijg je een snoepje en is het over’. Op deze
manier leren kinderen eten als troost te ervaren, hier kunnen ze in hun
latere leeftijd veel last zoals overgewicht van krijgen .Geef liever even
aandacht. Speel of dans even met je kind op de arm, kijk plaatjes, zing een
liedje. En een knuffel werkt altijd!
- Geef geen snoep tijdens een tijdens een drukke stressvolle periode.
Tijdens een periode waarin concentratie en optimaal functioneren van groot
belang zijn zoals bij de Cito-toetsen, moet de nadruk liggen op gezond eten.
Snoep bevat "snelle suikers" en die zorgen voor korte energie. Maar daarna
zakt het energiepeil al snel naar beneden. Veel beter is het om kinderen
tijdens een drukke week extra gezonde en goede voeding te geven. Met het
liefst natuurlijk langzame koolhydraten, die zorgen namelijk voor lange
periode voor energie. Energie die kinderen goed kunnen gebruiken. Deze
langzame koolhydraten komen voor in bijvoorbeeld: een banaan, wat noten,
rozijnen of een volkoren (krenten)koek, maar ook in volkoren brood en
groente. Ga dus bewust met snoepen om. Leer je kinderen te genieten van
gezond voedsel, net zo als ze mogen genieten van iets ongezonds.
- Beloof kinderen geen toetje als kinderen hun groente op eten. Op deze
manier leren ze dat het toetje de beloning is en de groente een noodzakelijk
kwaad.
- Werk toe naar vaste eet- en drinkmomenten. Bijvoorbeeld: ontbijt,
tussendoormoment, lunch, tussendoormoment, warme maaltijd. Zo leren kinderen
om niet de hele dag door te eten en te drinken.
- Laat je kind net zo lang buiten spelen als hij/zij voor de televisie of
computer zit. Ouders hebben vaak ruzie met kinderen of het gebruik van de
computer en televisie. Een goede afspraak om met je kind te maken is dat je
kind net zo lang op de computer/televisie mag als buiten mag spelen. Geef je
kind zelf de (gedeeltelijke) verantwoordelijkheid om hier mee om te gaan.
- Geef het goede voorbeeld. Wees je als ouder bewust van je eigen relatie
met voeding en wat je in de opvoeding wil overbrengen. Ook al is je kind nog
zo klein, jij bent nu al het voorbeeld. Ook als het gaat om goede en slechte
eetgewoonten. Zorg dus voor een gezond eetpatroon, waar het kind aan went.
Eet aan tafel, kook zelf (liever geen kant-en-klaar maaltijden) en maak van
eten iets gezelligs. Hoe jonger je kind dit leert hoe makkelijker het is.
Loop je veel, en pak je het liefst de fiets? Dan weet kinderen niet beter
dan dat bewegen normaal is.
Dit zijn tips voor een gezond eet- en beweegpatroon. Heeft je kind ernstig
overgewicht of maak je je zorgen om (het gewicht van) je kind, raadpleeg dan
altijd de huisarts en vraag eventueel een verwijzing voor de diëtist. Zet in
ieder geval je kind niet op dieet, het blijkt dat dit niet werkt, kinderen
worden hier uiteindelijk alleen maar dikker door. Voor kinderen is het doel
gelijk te blijven in gewicht, wanneer zij gaan groeien vallen ze vanzelf af.
Probeer je te richten op gezond eten en het bewegen extra te stimuleren.
Sigrid van der Marel-Sluijter, Diëtist van 2FeelBetter Diëtistenpraktijk
Katwijk, www.dietistkatwijk.nl
Met dank aan:
Angèle Bakker van www.Nooitmeeropdieet.nl
Natasja Wildeman van www.Spruitjesenzo.nl
Meta van Gijn van www.Leukelunch.nl