> welkom op onze website >>>
 
 
 
 
 
 
   Gezondheid en gezonde voeding
    
door Sigrid van der Marel-Sluijter, diëtiste


Obstipatie bij kinderen
Gezond trakteren
Te veel zout voor kleine kinderen
Tips: hoe om te gaan met voeding in de opvoeding

 
  Obstipatie bij kinderen

Obstipatie, in de spreektaal ook wel verstopping genoemd, is de medische term voor een vertraagde of moeizame defecatie (stoelgang). Obstipatie tijdens de kinderjaren is een wereldwijd probleem: 0,7 tot 29,6% van de kinderen er last van. Bij de overgrote meerderheid (95%) van de kinderen wordt geen oorzaak gevonden en spreekt men van ‘functionele’ of ‘non-organische’ obstipatie.
Obstipatie is een syndroom, geen ziekte. Voor de behandeling van functionele obstipatie worden meestal laxeermiddelen ingezet in combinatie met educatie.

De bewegingen van de dikke darm
Bij obstipatie zijn de ringvormige insnoeringen van de dikke darm vaak versterkt. De ontlasting blijft daardoor veel langer in de dikke darm. Hierdoor wordt er te veel vocht opgenomen, waardoor de ontlasting teveel indikt en hard wordt.

Abnormale functies darm en broekpoepen
Moeilijkheden met ontlasten kan veroorzaakt worden door abnormale functies van de dikke darm. Er is geen sprake van een luie, maar van een overijverige darm. Ophoping van de ontlasting leidt tot vermindering van het aandranggevoel met als gevolg encopresis (broekpoepen) of overloopdiarree.
Kinderen met encopresis poepen regelmatig in hun broek, dit past niet bij de leeftijd. Doorgaans voelen ze het zelf niet aankomen, en merken ze zelf ook niet dat ze het in hun broek hebben gedaan. Hier kunnen ze erg onzeker van worden en zelfs in een sociaal isolement raken omdat ze zich schamen of gepest worden. Encopresis wordt veroorzaakt door langdurige obstipatie. Het kind komt in een vicieuze cirkel terecht als het, vanwege de pijn bij het drukken, de ontlasting nog langer ophoudt. Het darmkanaal wordt uitgerekt waardoor de natuurlijke drang om te ontlasten verdwijnt. Het resultaat is een opeenhoping van harde ontlasting, waar vloeibare ontlasting langs gaat lekken. Deze vloeibare ontlasting komt terecht in het ondergoed. Encopresis komt bij jongens vaker voor dan bij meisjes (80% van de kinderen met encopresis is een jongen).

Voedselovergevoeligheid
Overgevoeligheid voor melkproducten komt vrij veel voor. Hierbij is er een duidelijk verschil tussen koemelkallergie en lactose-intolerantie. Obstipatie kan ook ontstaan door gevoeligheid voor gluten. Gluten of melkproducten kunnen tijdelijk worden vervangen om te kijken of de klachten verbeteren.
Dit mag alleen onder begeleiding gedaan worden met een kinderarts en behandelend diëtist.

Voedings- en leefpatroon
Een belangrijke oorzaak van obstipatie kan een verkeerd voedings- en leefpatroon zijn. Vooral minder vezelrijke producten, minder vocht en minder lichaamsbeweging. Kinderen bewegen tegenwoordig veel minder dan vroeger. Na een schooldag gaan ze thuis televisie kijken of op de computer spelen, terwijl lichaamsbeweging een gunstig effect heeft op het voorkomen van obstipatie. Door beweging wordt de darmwerking extra gestimuleerd.

Diëtist
De behandeling van obstipatie door de diëtist is het geven van leefstijladviezen. Vezelrijke voeding, vocht en beweging staan hierbij centraal.
De diëtist kan stimuleren het kind meer buiten te laten spelen met anderen, actief bezig te zijn, naar de sportclub te laten gaan, naar school te laten lopen of fietsen.
De diëtist kan u en uw kind adviseren over variatie in vezels en vezelrijke producten, de hoeveelheid en soort vocht wat uw kind drinkt en eventueel het gebruik van probiotica. Daarnaast kan de diëtist u en uw kind adviseren over het (on)nodig gebruik van laxeermiddelen. Gebruik in ieder geval laxeermiddelen alleen op advies van de huisarts.

1. Berg van den, MM, Benninga, MA, Di Lorenzo, C. Epidemiology of Childhood Constipation: A Systematic Review. The American Journal of Gastroenterology, vol 101, 10, 2401 - 2409
2. Carroccio, A, Iacono, G. (2006). Review article: chronic constipation and food hypersensitivity, Alimentary Pharmacology & Therapeutics 24, 1295–1304
3. Catto-Smith, AG. (2005). Constipation and toileting issues in children. MJA Practice Essentials – Paediatrics; 182, 5, 242–246Croffie, JM. (2006). Constipation in Children. Indian Journal of Pediatrics, vol 73, 697-702
4. GGZ Kinderen en Jeugd
www.ggzkinderenenjeugd.nl/templates/RichContentZonder.aspx?PageID=8490 
5. Maag Lever Darm Stichting. (2007). Verstopping bij kinderen. Brochure, vierde druk.
6. Maag Lever Darm Stichting. (2008). Algemene werking van de darm. Paper
7. Nutricia
www.nutricia.nl/patient/asp/show_subject.asp?id=3421 
8. Scaillon le, M., Cadranel, S. (2006). Food allergy and constipation in childhood: how functional is it? European Journal of Gastroenterology & Hepatology, vol 18, no 2, 125–128
9. Stichting VoedselAllergie,
www.voedselallergie.nl/algemene-informatie 
10. Tiebie, J. (2008). Diëtist buiten het ziekenhuis. [thema: NZO symposium voeding en darmgezondheid: theorie en praktijk]. VoedingsMagazine nr 1, 21e jaargang, 20-21
11. Voedingscentrum
http://www.voedingscentrum.nl/nl/eten-gezondheid/gezond-eten/vakken-schijf-van-vijf/vak-1-groente-en-fruit/gezondheidseffecten.aspx 



  Gezond trakteren

Net als iedere ouder wilt ook u natuurlijk dat uw kind uitgroeit tot een gezonde volwassene die lekker in z’n vel zit. Een gezonde leefstijl is daarvoor de beste basis.
Trakteren is een feest voor elk kind. Trakteren is een spannend moment, waarbij een kind goed voor de dag wil komen in de klas. Het is daarom belangrijk dat de traktatie er leuk en feestelijk uitziet. Vetten en suiker doen er minder toe. Een gezonde traktatie is niet te veel en niet te groot en bevat weinig calorieën. Het is natuurlijk niet verplicht iets eetbaars uit te delen. Stuiterballen, een pen of een ander klein cadeautje zijn ook een mogelijkheid. Kiest u wél voor iets eetbaars, dan is een belangrijk uitgangspunt dat een traktatie een extraatje is. Het hoeft dus niet groot te zijn! Zowel in zoet als in hartig zijn goede keuzes te maken. Fruit is het gezondst om uit te delen. Hartige traktaties als chips of zoutjes bevatten meestal veel calorieën en verzadigd vet, waardoor kinderen vaak hun broodtrommel niet meer leeg eten. Een klein zakje chips bevat meestal al 150 calorieën en 9 gram vet. De aanbevolen hoeveelheid vet voor een kind van 4 tot 8 jaar is ongeveer 40 gram vet en voor een kind van 9 tot 12 jaar ongeveer 60 gram vet per dag. Een kind komt dus snel aan zijn aanbevolen hoeveelheid vet.

Een traktatie zonder snoep kan bestaan uit brood, eierkoeken, ontbijtkoek, rijstwafels, soepstengels, kleine cadeautjes, stukjes groente, stukjes fruit, pannenkoek, popcorn, rozijntjes of waterijsjes. Wilt u graag snoep trakteren, combineer dan iets gezonds met een klein snoepje.

Suggesties voor traktaties zonder snoep

Brood, eierkoeken, ontbijtkoek, rijstwafels en soepstengels
- Minikrentenbol met eventueel een leuke prikker, parapluutje of vlaggetje erin
- Eierkoeken versierd
- Ontbijtkoek in stukjes en versierd met een leuke prikker, een leuk parapluutje of vlaggetje of verpakt in bonbonpapiertjes (zogenaamde caisses)
- Minirijstwafel met halvarine en gekleurde vruchtenhagel of gekleurde muisjes
- Soepstengel met een speeltje of een ballon in een kleurig bakje


Cadeautjes

- Klik-klak-kikker
- Roltong
- Stuiterbal
- Armbandje
- Leuk potlood of aardige pen
- Knikkers in een zakje of stuk cellofaan met een strik
- 3 schoolbord- of stoepkrijtjes bundelen met strik

Fruit en groente

- Augurk met parapluutje
- Mandarijnen versierd:
  met parapluutje of in een puntzak van gekleurd papier
  als poes: Gebruik de steelaanzet als neus. Steek bovenin twee amandelen als oortjes, gebruik twee cocktailprikkers als snorharen en twee kleine rozijnen of krenten als 
  ogen. Snijd eventueel aan de onderkant een klein stukje af, dan staan de poezen stevig.
  Als Maja de bij: Teken met zwarte viltstift een gezichtje op een mandarijntje en steek er twee cocktailprikkers in als voelsprieten. Blaas een ballon* niet te groot op en
  plak dit als lijf aan de mandarijn. Schrijf eventueel eerst een tekst op de ballon
- Meloen of komkommer met een parapluutje
- Trosje druiven in cellofaan dichtgeknoopt met een strik of mooi lint
- Sinaasappelolifant: Gebruik kleine sinaasappels. Snijd uit de schil een slurf en trek deze een beetje los van het vruchtvlees. Maak met twee rozijnen oogjes. Snijd eventueel aan de onderkant een klein stukje af, dan staan de olifanten stevig.
- Spies met fruit zoals druif, mandarijn, aardbei, blokje meloen en/of mango
- Spies met kerstomaatje, klein augurkje, stuk komkommer, blokje meloen, ananas of mango, partje mandarijn, druif
- Spies met kaas en tomaat in leuke vormpjes zoals sterren, hartjes of maantjes.

Pannenkoek
- Pannenkoekrolletje ; gebruik eventueel kant en klare pannenkoeken: Besmeer pannenkoeken dun met hazelnootpasta of jam en rol ze op óf rol pannenkoeken op met daarin een lange (kabel)spek en snijd ze met een scherp mes in stukjes. Zet de rolletjes vast met een parapluutje, vlaggetje of andere prikker.
- Steek 1 à 2 pannenkoekrolletjes aan een prikker met een aardbei
- Steek 1 à 2 pannenkoekrolletjes aan een prikker met kleine marshmallow of yoghurtgum

Popcorn
- Popcornrups: Een rups van een lange strook crêpepapier met in ieder segment boterhamzakjes popcorn. Vul kleine boterhamzakjes met popcorn. Maak zoveel zakjes als er kinderen zijn. Kies een mooie kleur crêpepapier en leg het papier in de lengte helemaal uit. Vorm met een prop papier in het crêpepapier een kop van de rups. Leg achter de kop een zakje popcorn, vorm het crêpepapier er omheen, bind het vast met een lintje en doe hetzelfde met de volgende zakjes popcorn. Steek in de kop twee cocktailprikkers als voelsprieten en teken er ogen en een mond op.
- Mooie wegwerpbekertjes (K3, Kikker, Barbie, Cars enz.) met popcorn
- Doorzichtig bekertje popcorn verpakt in cellofaan en dichtgebonden met lint
- Puntzakje van een vouwblaadje met popcorn

Rozijntjes
- doosjes rozijntjes verpakt met lint of ballon

Meer suggesties voor traktaties kunt u vinden op de Traktatieposter van het Voedingscentrum en op diverse websites zoals
www.gezondtrakteren.nl  en www.party-kids.nl 

  Te veel zout voor kleine kinderen

Minder zout is goed voor iedereen. Maar voor kinderen is nu berekend wat het daadwerkelijke effect ervan is. Wanneer kinderen tussen de 4 en 18 jaar hun zoutinname halveren, drinken ze twee glazen frisdrank minder per week. Hierdoor lopen ze minder risico op hoge bloeddruk en obesitas.
Kinderen van 2 tot 4 jaar krijgen ongeveer 40 % te veel zout binnen. Bij kinderen van 4 tot 7 jaar ligt dit op 30 %. Dat blijkt uit onderzoek dat de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceerden in december 2009. Voor peuters en kleuters is het ongezond als zij op een dag meer dan 3 respectievelijk 4 gram zout binnenkrijgen. Het onderzoek laat zien dat peuters zo'n 4,3 gram binnenkrijgen en kleuters ongeveer 5,1 gram. Het grootste deel van deze zoutinname komt van graan-, melk- en vleesproducten. Binnen deze productgroepen waren brood, melk, yoghurt en kaas de grootste zoutbronnen. Naar schatting is een kwart van de inname afkomstig van toegevoegd zout bij koken of aan tafel. Als kinderen te veel zout binnenkrijgen, kan dat leiden tot een te hoge bloeddruk en een hogere BMI.
 
Mijn advies is: kies voor producten met minder zout. Let op zoutgehalte (natrium) van voedingsmiddelen op het etiket en wees voorzichtig met het toevoegen van zout tijdens de bereiding van de warme maaltijd. Neem bijvoorbeeld JoZo Bewust of Lo Salt. Deze zouten bevatten 50 - 90% minder natrium en zijn te koop bij supermarkt, drogist of reformwinkel.
 
Zout bevat natrium (afgekort als Na). Dit is de stof in zout die de bloeddruk verhoogt; 1 gram zout bevat ongeveer 400 milligram (0,4 gram) natrium. Door minder zout te eten, gaat de bloeddruk meestal omlaag. De gemiddelde Nederlander krijgt zo’n 9 gram zout per dag binnen en kinderen meer dan 4 gram! Dat is veel meer dan nodig is; 1 tot 3 gram is al voldoende. Verse voedingsmiddelen zoals niet voorbereide vlees, kip, kalkoen en vis bevatten maar weinig zout. Hetzelfde geldt voor groenten en fruit, voor aardappelen, rijst en pasta. In verhouding bevatten de volgende voedingsmiddelen veel zout:
- Aardappelpuree uit een pakje en aardappelkroketten.
- Brood
- Chips, gezouten nootjes, zoute stokjes
- Gemarineerd, gekruid en gepaneerd vlees dat u bij de slager of in de supermarkt koopt.
- Kaas, zowel jonge belegen als oude kaas, smelt- en smeerkaas
- Kant-en-klare maaltijden en gerechten als kant-en-klare hachee, ragout, goulash
- Sauzen
- Snacks als kroket, loempia, bitterballen, saucijzenbroodje en frikadel.
- Soep uit pakje, blik of glas.
- Tomatensaus
- Worst, rookworst, knakworst, hamburgers, saucijzen en slavinken.
Op de verpakking van veel producten staat de voedingswaarde-aanduiding. Door etiketten van producten te vergelijken, kunt u een gezonde keuze maken. Let hierbij vooral op het natriumgehalte (Na).

Voor meer informatie over zout in de voeding kunt u kijken op de website van de school: www.voedingscentrum.nl en www.zoutbeperkt.nl
 
  Tips: hoe om te gaan met voeding in de opvoeding

- Geef zo lang mogelijk borstvoeding. Borstvoeding vormt een goede basis voor een gezonde leefstijl en kan overgewicht voorkómen. Tevens zorgen de stoffen in moedermelk voor een goede afweer van de baby.
- Varieer met de fruithapjes. Varieer met de smaken van fruithapjes. Hoe vaker kinderen een smaak hebben geproefd hoe eerder ze het lekker vinden. Zorg ervoor dat fruit eten een feestje wordt.
- Geef elke dag een ontbijt. Het ontbijt is de start van de dag. Alle voedingsstoffen die er de vorige dag in zijn gestopt zijn op. Het is belangrijk om het lichaam van kinderen nieuwe en goede voedingsstoffen te geven voor de hele dag zodat ze voldoende energie hebben om lekker te doen wat ze willen.
- Geef maximaal 2 á 3 tussendoortjes. Gezonde tussendoortjes zijn tussentijdse bronnen van vitaminen, mineralen en voedingsvezels. Belangrijk is dat ze bewust en slim gekozen worden, zodat ze een goede aanvulling op de maaltijd zijn. Daarnaast is het belangrijk dat het ook vitaminen, mineralen en andere essentiële voedingsstoffen bevat. Geef kinderen tussendoor vers fruit, een boterham of mueslibol, een rijstwafel of een eenvoudige (volkoren)biscuit.
- Eet groente en fruit vaker tussendoor (zo haal je gemakkelijk 2 stuks fruit en 200 gram groente). Fruit en groente zijn makkelijk te knabbelen tussendoor en dus geweldig te gebruiken als tussendoortje. Op deze manier is het voor ouders ook minder bezwaarlijk dan hun kinderen tijdens het avondeten niet al hun groenten opeten (ze hebben namelijk de dagelijkse hoeveelheid al binnen). Zorg dus dat je altijd het favoriete fruit en groente van je kind op voorraad hebt.
- Koop seizoensfruit, ga naar de markt. Gezond hoeft niet duur te zijn. Zorg dat er altijd groente en fruit in huis is. Bezuinig hier niet op. Als kinderen vroeg leren om groente en fruit lekker te vinden, zullen ze hier de rest van hun leven profijt van hebben.
- Eet ook groente en fruit uit blik of diepvries. Veel ouders vinden dat groente en fruit erg bederfelijk zijn. Voor sommige soorten klopt dit, maar er zijn genoeg soorten groente en fruit in blik, glas of uit de diepvries verkrijgbaar. Deze producten zijn een gezond alternatief.
- Maak een lekkere en leuke lunch klaar. Laat de kinderen altijd eten van een bordje. Geef uw kind in ieder geval twee boterhammen met beleg, een beker zuivel en een stuk fruit of rauwkost, ook als ze overblijven op school. Geef geen snoep mee in het trommeltje. Op de eerste plaats is snoep alleen iets voor ‘speciale’ momenten, is het slecht voor het gebit en brengt het onrust. Kinderen die geen snoep bij zich hebben willen gegarandeerd ook snoep. Varieer in wat je je kind meegeeft voor het overblijven. Maak het overblijven spannend door tegen je kind te zeggen dat er een hele grote verrassing in zijn trommeltje zit en doe er vervolgens leuke versierde boterhammetjes in (kijk op de site van Leukelunch).
- Vul pizza's, soep, salades of kant en klaar maaltijden aan met extra groente (of fruit). Op deze manier krijgen kinderen ongemerkt meer groente en fruit binnen. Soms halen kinderen alle groenteslierten eruit. Mix de groente dan fijn, zodat ze niet meer zichtbaar zijn.
- Laat kinderen kiezen welke groente er gegeten wordt. Kinderen laten kiezen wat er gegeten wordt en ze mee laten helpen zorgt ervoor dat kinderen meer waardering krijgen voor eten. Zorg dat er altijd tomaat, komkommer en worteltjes op voorraad zijn.
- Eet op tijd, een vermoeid kind eet slechter. Kinderen zijn gebaat bij regelmaat. Eet dus zoveel mogelijk op dezelfde tijden. Wacht niet met eten totdat je kind eigenlijk al te moe is voor een maaltijd. Als je kind te moe is, heeft hij geen aandacht en geen trek meer. Juist bij het aanleren van vaste maaltijdmomenten is het heel belangrijk dat je kind op tijd eet.
- Bedenk één keer per week een nieuw gerecht of groente om te eten. Betrek je kind bij het verzinnen van het nieuwe product. Kinderen zijn van nature neofobisch, dit betekent dat ze moeite hebben met nieuwe smaken. Het duurt gemiddeld tien keer proeven wil het kind aan een smaak gewend zijn. Blijf dus nieuwe gerechten/smaken uitproberen.
- Leer kinderen water te drinken. Kinderen moeten gestimuleerd worden om meer te drinken Hun dorstgevoel is nog niet volledig ontwikkeld daardoor zij weinig uit zichzelf drinken. Kinderen hebben ongeveer1 tot 1½ liter vocht nodig per dag. Concreet betekent dit dat kinderen zeven tot tien glazen vocht per dag moeten drinken. Dit heb je nodig voor de afvoer van afvalstoffen en vetafbraakproducten. Bij het drinken van weinig water kun je bijvoorbeeld last krijgen van hoofdpijn of vermoeidheid. Deze 1 -1 ½ liter vocht hoeft niet alleen water te zijn, al het vocht wat je kind op een dag binnen krijgt mag je meetellen, maar het spreekt voor zich dat frisdrank niet tot de goede keuze behoort. Reken dus alleen water, thee, melk en vruchtensap mee. Kinderen drinken vaak ongezond: te weinig water en melk en te veel gezoete frisdranken. Leer daarom je kind regelmatig water te drinken. Een eigen flesje stimuleert kinderen om meer te drinken.
- Gebruik snoep niet als beloning of troost. Kinderen worden al vroeg geleerd dat snoepen een beloning is. Kijk maar eens om je heen hoe snoep aan kinderen wordt aangeboden. Dit is absoluut aangeleerd, want jonge kinderen kun je ook leren blij te worden van bijvoorbeeld fruit. Gebruik snoep ook niet als troost. Vaak troosten ouders kinderen als ze bijvoorbeeld zijn gevallen met ‘kom maar, dan krijg je een snoepje en is het over’. Op deze manier leren kinderen eten als troost te ervaren, hier kunnen ze in hun latere leeftijd veel last zoals overgewicht van krijgen .Geef liever even aandacht. Speel of dans even met je kind op de arm, kijk plaatjes, zing een liedje. En een knuffel werkt altijd!
- Geef geen snoep tijdens een tijdens een drukke stressvolle periode. Tijdens een periode waarin concentratie en optimaal functioneren van groot belang zijn zoals bij de Cito-toetsen, moet de nadruk liggen op gezond eten. Snoep bevat "snelle suikers" en die zorgen voor korte energie. Maar daarna zakt het energiepeil al snel naar beneden. Veel beter is het om kinderen tijdens een drukke week extra gezonde en goede voeding te geven. Met het liefst natuurlijk langzame koolhydraten, die zorgen namelijk voor lange periode voor energie. Energie die kinderen goed kunnen gebruiken. Deze langzame koolhydraten komen voor in bijvoorbeeld: een banaan, wat noten, rozijnen of een volkoren (krenten)koek, maar ook in volkoren brood en groente. Ga dus bewust met snoepen om. Leer je kinderen te genieten van gezond voedsel, net zo als ze mogen genieten van iets ongezonds.
- Beloof kinderen geen toetje als kinderen hun groente op eten. Op deze manier leren ze dat het toetje de beloning is en de groente een noodzakelijk kwaad.
- Werk toe naar vaste eet- en drinkmomenten. Bijvoorbeeld: ontbijt, tussendoormoment, lunch, tussendoormoment, warme maaltijd. Zo leren kinderen om niet de hele dag door te eten en te drinken.
- Laat je kind net zo lang buiten spelen als hij/zij voor de televisie of computer zit. Ouders hebben vaak ruzie met kinderen of het gebruik van de computer en televisie. Een goede afspraak om met je kind te maken is dat je kind net zo lang op de computer/televisie mag als buiten mag spelen. Geef je kind zelf de (gedeeltelijke) verantwoordelijkheid om hier mee om te gaan.
- Geef het goede voorbeeld. Wees je als ouder bewust van je eigen relatie met voeding en wat je in de opvoeding wil overbrengen. Ook al is je kind nog zo klein, jij bent nu al het voorbeeld. Ook als het gaat om goede en slechte eetgewoonten. Zorg dus voor een gezond eetpatroon, waar het kind aan went. Eet aan tafel, kook zelf (liever geen kant-en-klaar maaltijden) en maak van eten iets gezelligs. Hoe jonger je kind dit leert hoe makkelijker het is.
Loop je veel, en pak je het liefst de fiets? Dan weet kinderen niet beter dan dat bewegen normaal is.

Dit zijn tips voor een gezond eet- en beweegpatroon. Heeft je kind ernstig overgewicht of maak je je zorgen om (het gewicht van) je kind, raadpleeg dan altijd de huisarts en vraag eventueel een verwijzing voor de diëtist. Zet in ieder geval je kind niet op dieet, het blijkt dat dit niet werkt, kinderen worden hier uiteindelijk alleen maar dikker door. Voor kinderen is het doel gelijk te blijven in gewicht, wanneer zij gaan groeien vallen ze vanzelf af. Probeer je te richten op gezond eten en het bewegen extra te stimuleren.

Sigrid van der Marel-Sluijter, Diëtist van 2FeelBetter Diëtistenpraktijk Katwijk, www.dietistkatwijk.nl

Met dank aan:
Angèle Bakker van www.Nooitmeeropdieet.nl
Natasja Wildeman van www.Spruitjesenzo.nl
Meta van Gijn van www.Leukelunch.nl