Leerlingenstatuut Hervormde Scholen Katwijk aan Zee

In dit leerlingenstatuut zijn de rechten en de plichten van de leerlingen van de Hervormde Scholen en van hun ouders vastgelegd. We hopen dat dit document bijdraagt aan een stuk helderheid over wat leerlingen en hun ouders van de school kunnen verwachten en wat de school van de leerlingen en hun ouders kan verwachten.

Het bestuur heeft het onderhavige leerlingenstatuut vastgesteld in de vergadering van 16 december 2005.

De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad heeft in de vergadering van 24 november 2005 ingestemd met dit leerlingenstatuut.

Inhoudsopgave

A. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 2. Leerlingenstatuut

B. Het onderwijs

Artikel 3. Toelating
Artikel 4. Het verzorgen van onderwijs
Artikel 5. Het volgen van onderwijs en het mee doen aan activiteiten
Artikel 6. Toetsing en beoordeling
Artikel 7. Rapporten
Artikel 8. Verwijdering op grond van leerprestaties

C. Rechten ten aanzien van de eigen persoon

Artikel 9. Recht op informatie
Artikel 10. Leerlingenadministratie en privacybescherming
Artikel 11. Vrijheid van meningsuiting
Artikel 12. Normen en waarden
Artikel 13. Uiterlijk
Artikel 14. Klachtenregeling

D. Dagelijkse gang van zaken

Artikel 15. Goede gang van zaken binnen de school
Artikel 16. Schade
Artikel 17. Aanwezigheid

E. Strafmaatregelen

Artikel 18. Strafbevoegdheden
Artikel 19. Straffen
Artikel 20. Time-out
Artikel 21. Schorsen
Artikel 22. Definitieve verwijdering

F. Geschillen

Artikel 23. Recht van beroep
A. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Bevoegd gezag:
Het bestuur van de Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee;

Bestuursmentor:
Bestuurslid van bevoegd gezag die is belast met de contacten met de School;

Geledingen:
Alle leerlingen, alle ouders of al het personeel;

Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad:
Het vertegenwoordigend orgaan van alle leerkrachten en alle ouders van leerlingen van alle scholen;

Huishoudelijk reglement:
Afspraken betreffende de dagelijkse gang van zaken op school;

Inspectie:
De instantie, die wettelijk belast is met het toezicht op het basisonderwijs;

Klachtenregeling:
Regeling ingesteld in het kader van de Kwaliteitswet, op basis waarvan het bestuur klachten afhandelt;

Leerkrachten:
Personeelsleden met een onderwijsgevende taak; daaronder mede begrepen eventuele aanstaande leraren, die als stagiaires of leraar in opleiding in de school lesgeven;

Leerlingen:
Alle leerlingen, die op school staan ingeschreven;

Leerplichtambtenaar:
Een door het Regionaal Bureau Leerplicht aangestelde ambtenaar die toezicht houdt op het opvolgen van de leerplichtwet;

Medezeggenschapsraad:
Het vertegenwoordigend orgaan van de leerkrachten en alle ouders van leerlingen van de school, bestaande uit ouders en personeel;

Onderwijs ondersteunend personeel:
Personeelsleden van de school belast met een andere taak dan lesgeven (niet de schoolleiding);

Ouders:
Ouders, wettelijke ver­tegenwoordigers en ver­zorgers van leerlingen;

Bestuur:
Het bestuur van de Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee;

Personeel:
Diegenen, die op basis van een arbeidsovereenkomst met de Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee aan de school verbonden zijn;

Scholen:
Alle scholen verbonden aan het Bestuur Hervormde Scholen;

School:
Een van de scholen die onder het bevoegd gezag van het bestuur staan;

Schoolgids:
Bij inschrijving en aan het begin van ieder schooljaar aan de leerlingen en daarmee ouders uit te reiken gids, waarin alle wetenswaardigheden betreffende de school staan vermeld;

Schoolbestuur:
Het bestuur van Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee;

Schoolleiding:
De directeur en (indien van toepassing) de adjunctdirecteur van een school.

Artikel 2. Leerlingenstatuut

1. Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van leerlingen en ouders die staan ingeschreven op een Hervormde School te Katwijk aan Zee en treedt in werking op 1 januari 2006.
2. Het leerlingenstatuut is van toepassing op alle geledingen, het schoolbestuur en de schoolleiding met inachtneming van wettelijke vastgestelde bevoegdheden en reglementen en de met het personeel afgesloten arbeidsovereenkomst
3. Het leerlingenstatuut wordt voor onbepaalde tijd vastgesteld door het schoolbestuur. Wijzigingen zijn mogelijk, al dan niet op voorstel van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad en/of de schoolleiding.
4. Het schoolbestuur legt het leerlingenstatuut, en ieder voorstel tot wijziging, ter in­stemming voor aan de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad alvorens tot een besluit tot wijziging over te gaan.
5. Het leerlingenstatuut wordt op de scholen ter inzage gelegd en is ook te vinden op de website van de Hervormde Scholen (www.hervormdescholen.nl).
6. Wanneer het leerlingenstatuut wordt gewijzigd dan worden deze wijzigingen gepubliceerd op de website van de Hervormde Scholen (www.hervormdescholen.nl) zodat iedereen van deze wijzigingen kennis kan ne­men. Tevens worden de wijzigingen opgenomen in de schoolgids.
7. Het leerlingenstatuut mag niet in strijd zijn en komen met de statuten van de Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee.
8. Op het leerlingenstatuut is de klachtenregeling van toepassing zoals vastgesteld voor de Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee.
9. In gevallen waarin dit leerlingenstatuut niet voorziet en voor zover het de rechten en plichten van de leerlingen en ouders betreft, beslist het schoolbestuur in de geest van het statuut.

B. Het onderwijs
Artikel 3. Toelating

1. Leerlingen worden op de school toegelaten, nadat de ouders van de aspirant-leerling zich bij de schoolleiding hebben gemeld met een, daarvoor bestemd, volledig geheel en naar waarheid ingevuld en ondertekend, aanmeldingsformulier en het verzoek tot inschrijving door de schoolleiding is ingewilligd. Het aanmeldingsformulier is verkrijgbaar bij de schoolleiding. Bij een te groot aantal aanmeldingen van nieuwe leerlingen wordt toegelaten in volgorde van aanmelding. Bij toelating wordt voorrang verleend aan leerlingen waarvan de ouders al een kind op school hebben. Indien de aangemelde leerling niet wordt toegelaten, worden de ouders verwezen naar een andere Hervormde School in Katwijk aan Zee.

2. Ouders en leerlingen dienen de grondslag van de school te onderschrijven of te respecteren. Indien ouders de grondslag van de scholen niet onderschrijven of respecteren, zou dat er toe kunnen leiden dat het verzoek tot inschrijving van de leerling niet wordt ingewilligd. De ouders van een aspirant-leerling – en eventueel de aspirant-leerling zelf – dienen voorafgaande aan de inschrijving door de schoolleiding te zijn geïnformeerd omtrent de grondslagen, de doelstellingen, het onderwijsaanbod, de werkwijze van de school, de toelatingscriteria, alsmede over die aangelegenheden die voor de aspirant-leerling verder van belang zouden kunnen zijn.

3. Op grond van de volgende criteria kan een aspirant-leerling tot de school worden toegelaten.
a. Leerlingen moeten minimaal de leeftijd hebben die de Wet stelt.
b. Het kind moet voldoen aan de volgende eisen:
– mobiliteit; het moet in staat zijn zich zelfstandig te bewegen, met of zonder hulp­middelen. Het hierna in artikel 3 lid 3 sub f bepaalde is onverkort van toepassing.
– communicatie; het moet in staat zijn zich uit te drukken in voor zijn leeftijd gebruikelijke taal. Het hierna in artikel 3 lid 3 sub f bepaalde is onverkort van toepassing.
– leerbaarheid; het moet in staat zijn ken­nis tot zich te nemen, zich vaardigheden eigen te maken. Het hierna in artikel 3 lid 3 sub f bepaalde is onverkort van toepassing.
– zelfredzaamheid; het kind moet een bepaalde mate van zelfredzaamheid hebben. Het hierna in artikel 3 lid 3 sub f bepaalde is onverkort van toepassing.
c. Ouders en leerlingen dienen zich te conformeren aan het beleid van de school, kenbaar uit de schoolgids, leerling-statuut en andere beleidsstukken.
d. Leerlingen die ingeschreven staan op een andere, niet tot de Hervormde Scholen behorende basisschool, kunnen, met uitzondering van verhuizing, alleen aan het begin van het schooljaar bij een school worden inge­schreven. Als uitzondering op deze regel geldt dat een ernstig verstoorde vertrouwensrelatie tussen ouders/kind enerzijds en de bezoekende basisschool anderzijds een reden kan zijn tussentijdse overplaatsing mogelijk te maken, altijd ingaande de eerste na een vakantie waarbij:
– instemming van de school van herkomst noodzakelijk is;
– ouders zich dienen te houden aan de Leerplichtwet en de regeling (van bijzonder) verlof van de school;
– Leerlingen zonder ‘zorgdossier’ kunnen worden toegelaten aan het begin van een nieuw schooljaar. Een kind heeft een zorgdossier wanneer:
– het een Speciaal Onderwijsindicatie heeft (een lichamelijke of geestelijke handicap of een beschikking voor een school voor speciaal basisonderwijs);
– het een pedagogisch-didactisch/psycho­logisch onderzoek heeft gehad, waarin een advies voor verwijzing naar het spe­ciaal basisonderwijs is opgenomen;
– er sprake is van gedragsproblemen;
– het een afwijkend programma volgt in een of meer vakgebieden.
Kinderen met een zorgdossier kunnen niet zonder meer worden toegelaten.
f. Met ingang van het cursusjaar 2002-2003 hebben kinderen met een geïndiceerde handicap, op grond van het landelijke integratiebeleid, toegang tot de reguliere basisschool. Ouders hebben dus keuzevrijheid van onderwijs; de speciale school of met “een rugzak” naar een basisschool naar keuze. In die rugzak zitten middelen om het kind extra ondersteuning bij het leerproces te geven. Om voor zo’n rugzak in aanmerking te komen moeten ouders het kind aanmelden bij een commissie voor indicatiestelling (CVI). Op grond van landelijk vastgestelde normen bepalen zij of het kind in aanmerking komt voor indicering. Daarbij zijn de ouders formeel verantwoordelijk voor het aanleveren van gegevens die nodig zijn voor indicatie. Ook wanneer het kind al één van de Hervomde Scholen bezoekt kan het, als het voldoet aan de criteria, van deze regeling gebruik maken. Als de CVI een positief besluit heeft genomen, kunnen de ouders het kind op school aanmelden. De schoolleiding zal met de ouders in gesprek gaan over de mogelijkheden van de school voor het kind. Daarbij verkent de schoolleiding met de ouders de hulpvraag van het kind, de verwachtingen van de ouders en de mogelijkheden van de school. Als blijkt dat de schoolleiding het kind de hulp kunnen bieden die het bij het onderwijs nodig heeft, wordt er samen met de ouders een handelingsplan gemaakt met ondersteuning van het speciaal onderwijs. Blijkt dat het voor de school, en eventueel voor een andere Hervormde School te Katwijk aan Zee, niet mogelijk is om het kind verantwoord op te vangen, dan moeten de schoolleiding de ouders, ook in het belang van het kind, teleurstellen. Het recht op keuzevrijheid betekent namelijk geen toelatingsrecht in het reguliere onderwijs. De ouders kunnen in dat geval bezwaar aantekenen bij de adviescommissie voor toelating en begeleiding. Op school kunnen de ouders informatie opvragen over de rugzakregeling in het algemeen, het adres van de betreffende CVI, het traject voor indicatiestelling, de geldende criteria voor indicering, de checklist met betrekking tot toelating van het kind op de school en mogelijkheden tot het aantekenen van bezwaar. Mochten de ouders overwegen het kind met een rugzak te plaatsen op één van de Hervormde Scholen, dan is het verstandig al in een vroeg stadium contact op te nemen met de directie en/of de intern begeleider omdat het regelen van een verantwoorde opvang de nodige tijd kost.
g. Ouders zijn verplicht alle relevante infor­matie over het kind te verstrekken aan de school; het achterhouden van informatie kan het weigeren, dan wel met terugwerkende kracht intrekking, van de inschrijving tot gevolg hebben;
h. Ouders gaan akkoord met plaatsing van het kind in het hoofdgebouw of dependan­ce;
ouders kunnen de school niet dwingen voorzieningen te treffen, ook al is er spra­ke van een medische indicatie. De schoolleiding bepaalt wie van de leerkrachten in een bepaalde groep in een bepaald schooljaar onderwijs geeft. Ouders gaan akkoord met de leerkracht die door de schoolleiding aan de groep van hun kind is toegewezen. Tijdig voor het einde van het schooljaar informeert de schoolleiding de ouders over de groepsindeling en de toewijzing van de leerkrachten aan de groepen.
i. De schoolleiding informeert de oudergeleding van de Medezeggenschapsraad van de school tijdig voor het einde van het schooljaar over de klassenindeling van het volgende schooljaar. In het bijzonder informeert de schoolleiding de oudergeleding van de Medezeggenschapsraad van de school over de noodzaak van het vormen van deelklassen.

4. Indien een aspirant-leerling op grond van de criteria bedoeld in lid 1 niet wordt toegelaten, deelt de schoolleiding dit besluit onder op­gave van redenen schriftelijk aan de aspirant-leerling en aan diens ouders mee. Daarbij dient de schoolleiding te wijzen op de inhoud van lid 3 en 4. Indien de aspirant-leerling wel wordt toegelaten, ontvangen de ouders van de schoolleiding binnen zes weken een schriftelijke bevestiging van de toelating.

5. Binnen dertig dagen na dagtekening van de in lid 2 bedoelde mededeling kan door de ouders van de aspirant-leerling aan het schoolbestuur schriftelijk om herziening van het besluit worden verzocht.

6. Het schoolbestuur neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ont­vangst van het verzoek om herziening een beslissing, al dan niet na het horen van deskundigen. Het schoolbestuur kan zich over het herzieningsverzoek eerst uitspreken nadat de ouders van de aspirant-leerling zijn ge­hoord en deze inzage hebben gehad in alle terzake uitgebrachte adviezen en rapporten.

Artikel 4. Het verzorgen van onderwijs

1. De leerlingen en de ouders hebben er recht op dat het personeel zich inspant om goed onderwijs te verzorgen en de leerkrachten zullen zich ook inspannen goed onderwijs te verzorgen. De schoolleiding en het bestuur houdt toezicht op het personeel en de kwaliteit van het onderwijs.
2. Als een leerkracht naar het oordeel van ouders het onderwijs niet goed verzorgt, kunnen ouders, wanneer zij dat willen, dit aan de orde stellen bij de desbetreffende leerkracht.
Wanneer dit overleg met de leerkracht geen bevredigend resultaat oplevert dan kunnen ouders een schriftelijk gemotiveerde klacht indienen bij de schoolleiding. De schoolleiding bespreekt de klacht vervolgens met degene tegen wie de klacht is gericht en probeert tot een oplossing te komen. Betreft de klacht een lid van de schoolleiding dan wordt de schriftelijke en gemotiveerde klacht gedeponeerd bij het schoolbestuur, waarna het schoolbestuur de klacht bespreekt met het desbetreffende lid van de schoolleiding. De leerkracht, de schoolleiding of het schoolbestuur geven zo spoedig als mogelijk de ouders een reactie op de klacht.Ouders kunnen ook een klacht indienen bij de vertrouwenspersoon en de klachtencommissie, met in achtneming van de bepalingen in de klachtenregeling, zoals bedoeld in artikel 14.
3. Wanneer kinderen extra zorg nodig hebben, is het onderwijs gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoeften van het kind. De schoolleiding bepaalt de grenzen van de begeleidingsmogelijkheden.

Artikel 5. Het volgen van onderwijs en het mee doen aan activiteiten

1. De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen goed onderwijs mogelijk te maken.
2. Leerlingen zijn verplicht met alle activiteiten mee te doen; uitsluitingen, bijvoorbeeld van het bijwonen van vieringen, zijn alleen mogelijk na verkregen toestemming van de schoolleiding.
3. Een leerling die een goede voortgang van de les verstoort of verhindert kan door de leerkracht verplicht worden zich te melden bij de schoolleiding, waarna passende maatregelen worden getroffen.
4. Het is voor de school van groot belang dat de ouders de vrijwillige ouderbijdrage tijdig en volledig betalen.

Artikel 6. Toetsing en beoordeling

1. Toetsing van de leerstof kan op twee verschillende wijzen geschieden:
a. Door oefentoetsen. Een oefentoets is uitsluitend bedoeld om de leerkracht en de leerling inzicht te geven in hoeverre de leerling de lesstof begrepen en geleerd heeft. De oefentoets kan onverwacht gehouden worden;
b. Door beoordelingstoetsen. Daartoe behoren:
– overhoringen, schriftelijk dan wel mondeling;
– proefwerken/repetities;
– werkstukken/spreekbeurten;
– landelijk genormeerde en methodegerelateerde toetsen.
Een leerkracht beoordeelt een afgenomen beoordelingstoets binnen enkele dagen nadat deze is afgenomen, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen, dit ter beoordeling van de schoolleiding. Voor werkstukken geldt een termijn van één week.
2. Een leerling en de ouders hebben recht op inzage in zijn beoordelingstoets, nadat deze is beoordeeld.
3. De leerkracht bepaalt in overleg met de schoolleiding of een leerling of een leerling in het schooljaar voldoende resultaten heeft behaald om door te stromen naar een volgend schooljaar. Indien de leerkracht en de schoolleiding van oordeel zijn dat een leerling leertijdverlenging nodig heeft, zal dit persoonlijk met de ouders worden besproken.
4. In groep 8 zal de school de ouders adviseren over de mogelijkheden van het kind in het voortgezet onderwijs.

Artikel 7. Rapporten

1. Leerlingen en ouders hebben vanaf groep 1 recht op mondelinge en/of schriftelijke rapportage over de prestaties van de leerlingen.
2. Een mondelinge/schriftelijke rapportage, mede op basis van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem, geeft de leerling en zijn ouders tenminste een overzicht van zijn prestaties voor alle ontwikkelingsgebieden/vakken over een bepaalde periode.
3. Het schriftelijk rapport is gericht aan de ouders. Bij inlevering van een aan de ouders gericht rapport is de handtekening van tenminste één van de ouders vereist.

Artikel 8. Verwijdering op grond van leerprestaties

Het is niet toegestaan een leerling in de loop van het schooljaar op grond van onvoldoende leerprestaties van school te verwijderen. De schoolleiding kan aan de ouders wel een advies geven de leerling bij een andere school (basisonderwijs of speciaal basisonderwijs) aan te melden. Voor aanmelding/verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs gelden de regels die zijn vastgesteld door het Samenwerkingsverband (WSNS 31-01). Deze regels zijn ter inzage beschikbaar op de school.

C. Rechten ten aanzien van de eigen persoon

Artikel 9. Recht op informatie

1. Tijdens het schooljaar worden de leerling en zijn ouders over schoolzaken op de hoogte gehouden door nieuwsbrieven, schoolkranten, info- en ouderavonden en via de website van de school.
2. De leerling en zijn/haar ouders worden in de gelegenheid gesteld de schoolleiding en de leerkracht vragen te stellen over het functio­neren van de leerling binnen de school. Voor algemene zaken vragen de ouders (de leden van) de Medezeggenschapsraad om informatie en/of advies.

p Artikel 10. Leerlingenadministratie en privacybescherming

1. Op school bevindt zich een leerlingenadmini­stratie (leerlingdossier), waarin alleen die gegevens zijn op­genomen die relevant zijn voor de schoolloopbaan van de leerlingen en die door de wet worden voorgeschreven. In de registratie worden geen andere persoonsgegevens op­genomen dan:
a. naam, voornamen, voorletters, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, geboor­teland, adres, postcode, woonplaats, tele­foonnummer en bank- en girorekeningnummer;
b. een administratienummer dat geen andere informatie bevat dan bedoeld onder a;
c. nationaliteit, geboorteplaats en geboorte­land;
d. naam, voorletters, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en bank- en girorekeningnummer, opleiding, geboor­teland en beroep van de ouders, voogden of verzorgers van minderjarigen;
e. gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op de gezondheid of het welzijn van de betrokkene;
f. gegevens betreffende de godsdienst of levensovertuiging van de leerling, voorzover die noodzakelijk zijn met het oog op het onderwijs;
g. gegevens betreffende de aard en verloop van het onderwijs, alsmede de behaalde studieresultaten;
h. gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op de organisatie van het onderwijs en het verstrekken of ter beschikking stellen van leermiddelen;
i. gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op het berekenen, vastleggen en innen van inschrijvingsgelden, school- en lesgel­den en bijdragen of vergoedingen voor leermiddelen en buitenschoolse activiteiten;
j. andere dan de onder a. tot en met i. bedoelde gegevens waarvan de opneming wordt vereist ingevolge of noodzakelijk is met het oog op de toepassing van een andere wet;
k. gezinssituatie;
l. gezinsvolgnummer;
m. gegevens van afleverende basisschool;
n. verslagen van leerlingbesprekingen.
2. Ten aanzien van de gegevens die worden op­genomen in de leerlingenadministratie en de daarbij in acht te nemen geheimhouding geldt hetgeen is bepaald in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.
3. Wanneer een leerling een personeelslid ver­trouwelijk gegevens verstrekt dan is het des­betreffende personeelslid verplicht deze ge­gevens vertrouwelijk te houden, ook tegen­over overige leden van het personeel, het schoolbestuur en de ouders.
4. Leerkrachten kunnen ook contacten onderhouden met ouders, behalve met ouders die krachtens gerechtelijke beslissing van dat contact zijn uitgesloten.

Artikel 11. Vrijheid van meningsuiting

1. Iedere leerling heeft de vrijheid zijn mening op school te uiten binnen de grenzen die de identiteit en de doelstelling van de school daaraan stellen. Leerlingen dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren.
2. Uitingen die discriminerend of beledigend kunnen worden ervaren zijn niet toegestaan. De schoolleiding zal passende maatregelen treffen tegen de leerlingen die deze regel overtreden.

Artikel 12. Normen en waarden

Kinderen worden geacht zich te houden aan de heersende normen en waarden in de school en de daarbij horende regels en afspraken.

Artikel 13. Uiterlijk

1. Leerlingen worden geacht verzorgd en voldoende gevoed op school te verschijnen volgens algemeen gang­bare normen, zulks ter beoordeling van de schoolleiding.
2. De schoolleiding heeft de bevoegdheid voorschriften te geven en te wijzigen terzake van uiterlijk en kleding van de leerlingen. Deze worden opgenomen in de schoolgids.
3. Veelal worden de voorschriften in de vorm van adviezen naar de ouders toe gegeven.
4. Kinderen worden hierop aangesproken.

Artikel 14. Klachtenregeling

Het schoolbestuur heeft inzake klachten van (ex)leerlingen, ouders, vrijwilligers, perso­neelsleden en leden van het schoolbestuur een klachtenregeling vastgesteld. Deze regeling is ter inzage op school beschikbaar.

Artikel 15. Goede gang van zaken binnen de school

1. De leerling is verplicht het onderwijs volgens het voor hem geldende rooster inclusief de aangewezen begeleidingsuren te volgen, voor zover hij niet wegens ziekte of anderszins feitelijk daartoe verhinderd is, of het (tijdelijk) de toegang tot de school is ontzegd.
2. Gedrag, levensstijl en uitlatingen van de leerling dienen in en buiten de school zodanig te zijn dat geen inbreuk wordt gemaakt op de grondslag en doelstelling van de school. De leerling gedraagt zich overigens zodanig dat de veiligheid zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.
3. De leerlingen mogen noch alcoholhoudende dranken noch drugs of wapens bij zich hebben of gebruiken.
4. Het in het bezit hebben van vuurwerk is verboden. In voorkomende gevallen wordt melding gedaan bij de politie en bureau Halt.
5. Roken is in het schoolgebouw en op het plein ook door leerkrachten en de schoolleiding niet toegestaan.
6. Het dragen van een walkman is op het gehele schoolterrein verboden; het gebruik door leerlingen van een mobiele telefoon, inclusief een eventueel ingebouwde camera, is binnen het schoolgebouw verboden.
7. Het behoort tot het beleid van de school om lesuren die door afwezigheid van een personeelslid uitvallen te allen tijde te vervangen (zie protocol: ‘Vervanging bij ziekte en noodprocedure als er geen vervanging is’ ). Indien vervanging niet mogelijk is worden de ouders daarvan zo spoedig als mogelijk op de hoogte gesteld. Kan een leerling niet thuis of elders worden opgevangen, dan zal de school de leerling tijdens de schooltijden op school opvangen en zo nodig plaatsen in een andere groep.
8. Indien ouders strafbare feiten plegen in de school, dan wel op de terreinen rond de school, zullen de ouders de toegang tot de school worden ontzegd. Ouders zal de toegang tot de school eveneens worden ontzegd indien de openbare orde, rust en veiligheid van de leerlingen, de leerkrachten en de schoolleiding en andere ouders door deze ouders wordt aangetast.

Artikel 16. Schade

1. Ten aanzien van de aansprakelijkheid van schade door of aan leerlingen toegebracht, gelden de hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
2. De ouders van een leerling die schade heeft veroorzaakt, al dan niet tijdens de schooltijden, worden hiervan door de school in kennis gesteld en hierop aangesproken.
3. Tegen een leerling die opzettelijk schade toe­brengt aan het schoolgebouw, kunnen strafmaatrege­len worden getroffen.
4. Het opzettelijk indrukken van de zgn. ‘brandglaasjes’ wordt bestraft met € 20,- schadevergoeding.

Artikel 17. Aanwezigheid

De (leerplichtige) leerlingen zijn verplicht in de school aanwezig te zijn op de door de schoolleiding vastgestelde schooltijden en dagen. De zomervakanties worden vastgesteld door de overheid, de andere vakanties en roostervrije dagen door de schoolleiding. Aanvragen voor bijzonder verlof worden door de schoolleiding getoetst aan de daarvoor door de leerplichtambtenaar opgestelde regels, die worden vermeld in de schoolgids.

E. Strafmaatregelen

Artikel 18. Strafbevoegdheden

1. Leerlingen volgen de aanwijzingen van de le­den van het personeel. Indien zij dit niet doen kan de leerkracht van de leerling een redelijke straf opleggen.
2. Meent de leerling ten onrechte of onredelijk zwaar te zijn gestraft dan kan hij zich wenden tot de schoolleiding, die in overleg met de leerkracht uiteindelijk beslist.

Artikel 19. Straffen

1. Bij het opleggen van een straf dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de soort straf, de strafmaat en de ernst en aard van de overtreding.
2. Het moet duidelijk zijn voor welke overtre­ding de straf wordt gegeven.
3. Bij de praktische uitvoering van een straf wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de leerling.
4. De straffen die aan leerlingen kunnen wor­den opgelegd zijn o.a.:
– een berisping;
– het maken van strafwerk, het schrijven van strafregels daaronder begrepen;
– opruimen van gemaakte rommel of corvee­werkzaamheden;
– het tijdelijk, maximaal één dag, ontzeggen van de toegang tot de eigen groep, met mogelijkheid van verlenging met maximaal één dag (time-out);
5. Lijfstraffen zijn niet toegestaan.

Artikel 20. Time-out

Een ernstig incident leidt tot een time-out met onmiddellijke ingang. De time-out is geen officieel instrument, maar kan niettemin bruikbaar zijn bij onveilge situaties of bij het herstellen van de rust in de school. In die zin dient de time-out maatregel meer gezien te worden als een ordemaatregel in het belang van de school, in plaats van een strafmaatregel. Dat betekent dat er van de time-out maatregel geen aantekening wordt gemaakt in het leerlingdossier. Van het incident dat heeft geleid tot de time-out maatregel wordt wel aantekening gemaakt in het leerlingdossier.
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
– In geval van een time-out wordt de leerling voor de rest van de dag de toegang tot de groep ontzegd.
– Tenzij redelijke gronden (bijvoorbeeld de veiligheid in en om de school) zich daartegen verzetten worden de ouders/verzorgers en de bestuursmentor onmiddellijk van het incident en de time-out gemotiveerd op de hoogte gebracht.
– De time-out maatregel kan eenmaal worden verlengd met één dag. Daarna kan de leerling worden geschorst voor maximaal tot en met de eerste vrijdag na de dag waarop de time-out is ingegaan. In beide gevallen dient de school vooraf of -indien dat niet mogelijk is- zo spoedig mogelijk na het effectueren van de maatregel contact op te nemen met de ouders, tenzij redelijke gronden, bijvoorbeeld de veiligheid in en om de school, zich daar tegen verzetten.
– De ouders/verzorgers worden op school uitgenodigd voor een gesprek. Hierbij is de groepsleerkracht en een lid van de directie van de school aanwezig.
– Van het incident en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de ouders voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen.
– De time-out maatregel kan alleen worden toegepast na goedkeuring door de directie van de school.
– De time-out maatregel wordt na toepassing schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag.

Artikel 21 Schorsen

Pas bij een volgend ernstig incident, of in het afzonderlijke geval dat het voorgevallen incident zo ernstig is, kan worden overgegaan tot een formele schorsing.
De wettelijke regeling voor het Bijzonder onderwijs is hierbij van toepassing.
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
– Het bevoegd gezag van de school wordt voorafgaand aan de schorsing in kennis gesteld van deze maatregel en om goedkeuring gevraagd. Indien de schorsing meer dan één dag duurt wordt de leerplichtambtenaar en de onderwijsinspectie geïnformeerd.
– Gedurende de schorsing wordt de leerling de toegang tot de school ontzegd. Voor zover mogelijk worden er maatregelen getroffen waardoor de voortgang van het leerproces van de leerling gewaarborgd kan worden,zoals instructies aan ouders. Daarnaast wordt er (thuis)studiemateriaal beschikbaar gesteld. De leerling krijgt huiswerk mee. Zodra de leerling terugkeert op school, wordt het huiswerk ingeleverd en door de groepsleerkracht gecontroleerd. Schorsing mag niet betekenen dat het doen van toetsen (denk aan Cito-entree of eindtoetsen) wordt belemmerd. De schoolleiding draagt zorg voor passende maatregelen, bijv. het wel tot de school toelaten voor het doen van deze toets.
– De schorsing bedraagt maximaal vijf dagen en kan hooguit éénmaal worden verlengd. De termijn is zo gekozen dat in het ernstigste geval de school voldoende tijd ter beschikking heeft om een eventuele verwijderingsbeslissing op zorgvuldige wijze voor te bereiden. De schorsingsmaatregel is geen verkapte verwijderingsmaatregel.
– De betrokken ouders/verzorgers worden door de directie uitgenodigd voor een gesprek betreffende de maatregel. Hierbij dienen nadrukkelijk oplossingsmogelijkheden te worden verkend, waarbij de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de opvang van de leerling op de school aan de orde komen.
– Van de schorsing en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de ouders/verzorgers voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen.
– Het verslag wordt ter kennisgeving verstuurd aan:
– Het bevoegd gezag
– De leerplichtambtenaar
– De onderwijsinspectie
– Ouders kunnen beroep aantekenen bij het bevoegd gezag van de school. Het bevoegd gezag beslist uiterlijk binnen 14 dagen op het beroep.

Artikel 22. Definitieve verwijdering

Bij het zich meermalen voordoen van een ernstig incident, dat ingrijpende gevolgen heeft voor de veiligheid en/of de onderwijskundige voortgang van de school, kan worden overgegaan tot verwijdering.
De wettelijke regeling voor het Bijzonder onderwijs is hierbij van toeepassing (artikel 40 lid 1, eerste volzin en lid 5 en 6 en artikel 63 lid 2 en 3 van de Wet op het Primair Onderwijs).
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
– Verwijdering van een leerling van school is een beslissing van het bevoegd gezag.
– Voordat men een beslissing neemt, dient het bevoegd gezag de betrokken leerkracht, de directie en de ouders te horen. Hiervan wordt een verslag gemaakt wat aan de ouders ter kennis wordt gesteld en door de ouders voor gezien wordt getekend.
– Het verslag wordt ter kennisgeving opgestuurd naar:
– De ambtenaar leerplichtzaken
– De onderwijsinspectie
– Het bevoegd gezag informeert de ouders schriftelijk en met redenen over het voornemen tot verwijdering, waarbij de ouders gewezen wordt op de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift.
– De ouders krijgen de mogelijkheid binnen zes weken een bezwaarschrift in te dienen.
– Het bevoegd gezag is verplicht de ouders te horen over het bezwaarschrift.
– Het bevoegd gezag neemt een uiteindelijke beslissing binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
– Een besluit tot verwijdering is pas mogelijk nadat een andere basisschool voor (speciaal) onderwijs is gevonden om de leerling op te nemen of dat aantoonbaar is dat het bevoegd gezag, gedurende acht weken , er alles aan gedaan heeft om de leerling elders geplaatst krijgen.

F. Geschillen

Artikel 23. Recht van beroep

1. Het in dit artikel geregelde recht van beroep treedt niet in de plaats van de ‘Klachtenrege­ling’ die ingesteld is in het kader van de Kwa­liteitswet. Dat betekent ook dat als een leerling of ouder het met de beslissing op grond van deze bepaling niet eens is, hij zich kan wenden tot de Klachtencommissie op grond van de in artikel 14 genoemde regeling.
2. Een leerling of ouder kan met klachten over het niet nakomen van het leerlingenstatuut, waarbij hij rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen terecht bij de leerkracht of de schoolleiding.
3. Een leerling of ouder die ernstig in zijn belang is getroffen, kan binnen 7 dagen na het voorval een schriftelijk verzoek of klacht richten aan de schoolleiding. Dit verzoek of deze klacht wordt met redenen omkleed.
4. De schoolleiding neemt na ontvangst van het verzoek of de klacht, indien mogelijk, binnen twee weken een beslissing. Indien deze ter­mijn niet haalbaar blijkt te zijn, wordt de des­betreffende leerling of ouder daarvan schrif­telijk in kennis gesteld, een en ander met redenen omkleed.
5. Voordat de schoolleiding een beslissing neemt over het verzoek of de klacht, wordt de leerling of ouder gehoord.
6. De desbetreffende leerling of ouder wordt schriftelijk of mondeling in kennis gesteld van de beslissing. Daarbij wordt de beslissing met redenen omkleed.
7. Een leerling of ouder die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door handelingen of be­sluiten van de schoolleiding, heeft het recht het schoolbestuur te verzoeken een maatre­gel ter zake te nemen.
8. Een leerling of ouder kan een verzoek of klacht, als bedoeld in lid 2, in spoedeisende gevallen vergezeld doen gaan van een verzoek tot opschorting van de uitvoering van een besluit, tot het moment waarop de be­slissing van de schoolleiding is genomen.
9. De schoolleiding bepaalt of het verzoek tot opschorting van de uitvoering van het besluit redelijk is en deelt de beslissing hierover zo spoedig mogelijk en met redenen omkleed aan de desbetreffende leerling of ouder mee.

N.B.
Opgemerkt zij dat overal waar begrippen als leerkracht ‘leerling’, ouder’, alsmede de bijbehorende voornaamwoorden ‘hij’, hem’ en ‘zijn’ worden gebruikt, ook de vrouwelijke equivalenten zijn inbegrepen.
Consequent gebruik van dubbele aanduidingen belemmert de leesbaarheid in hoge mate.