Centrale Eindtoets Basisonderwijs 2017

Net als vorig jaar neemt 85 procent van de basisscholen op 18,19 en 20 april 2017 de Citotoets af. Op ongeveer 6.400 scholen maken ruim 163.000 achtste groepers de toets, die officieel Eindtoets Basisonderwijs heet. De toets wordt door deelnemende basisscholen gebruikt als ‘tweede onafhankelijk gegeven’. Begin maart 2013 ontvangen scholen de resultaten. De Eindtoets basisonderwijs, beter bekend als de Cito-toets, meet leervorderingen. Leervorderingen zeggen iets over de kansen op succes in de verschillende schooltypen van het voortgezet onderwijs. De Eindtoets bestaat uit meerkeuzevragen op het gebied van Taal (100 opgaven), Rekenen (60 opgaven), Studievaardigheden (40 opgaven) en Wereldoriëntatie (60 opgaven). Het onderdeel Wereldoriëntatie is niet verplicht. De toets wordt verspreid over drie ochtenden afgenomen. Ook de oudste leerlingen van onze school zijn er druk mee bezig. En ondanks geruststellende woorden van de leerkrachten, de ouders en het CITO zelf, zijn de meeste leerlingen best wel een beetje zenuwachtig. Het is immers de toets die mede bepaalt naar welk vervolgonderwijs de leerling gaat.

Doel van de toets is te voorspellen hoe een kind het op een bepaald type vervolgonderwijs gaat doen. In tachtig procent van de gevallen blijkt die voorspelling goed. Vooral begrijpend lezen blijkt een belangrijke factor te zijn.

De uitslag van de Cito-toets wordt uitgedrukt in een getal tussen de 501 en 550. Dit is om te voorkomen dat er teruggerekend wordt naar een cijfer van nul tot tien.

Er kan niet gezegd worden dat een bepaalde score bij een bepaald schooltype hoort. Dat hangt af van de individuele leerling en het oordeel van de leerkracht. Het CITO geeft in het leerling-rapport uitdrukkelijk geen advies voor de schoolkeuze, maar geeft aan waar de kans op succes het grootst is, gelet op de toetsuitkomst.