Leerlingenondersteuning

Hoe wordt de leerlingenondersteuning bij ons op school gestalte gegeven?

We proberen op onze school natuurlijk het beste uit kinderen te halen. Maar….. alle kinderen zijn (gelukkig) verschillend. Daarom is het soms nodig om extra hulp te bieden.

Allereerst is daar natuurlijk de signalering door de leerkracht door middel van observatie en de beoordeling van het werk. Verder vindt er signalering plaats door middel van LOVS. (Leerling Ontwikkeling Volg Systeem) Zo volgen we de leerling vanaf groep 1 op het gebied van cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling . Dit alles volgens een bepaalde Toetskalender.

De uitslagen worden in ons digitale systeem, ESIS, verwerkt en bewaard. De leerkrachten analyseren de uitslagen en passen hun groepsplan hierop aan.

De groepsleerkracht,de IB’er (Intern Begeleider) en de directeur spreken 2x per jaar de groep door en kijken waar welke hulp noodzakelijk is. De hulp kan over het algemeen door de leerkracht zelf geboden worden. Indien noodzakelijk en mogelijk wordt een leerling doorverwezen naar de RT’er (Remedial Teacher) of voor een onderzoek/observatie aangemeld bij de School Begeleidings Dienst.
Centraal Nederland of een ander extern onderzoeksbureau. De ouders worden hierbij natuurlijk betrokken en moeten voor een onderzoek toestemming geven.

Ook op onze school werken we met groepsplannen voor rekenen, taal en lezen. Een groepsplan geeft de leerkracht een goed overzicht waar en bij wie hij/zij hulp moet bieden. De leerkracht stelt doelen vast en evalueert na de geboden hulp of de doelen ook zijn bereikt. Vervolgens wordt het plan bijgesteld.
Soms blijkt het nodig om voor een individuele leerling een plan op te stellen. Dit gaat meestal in overleg met de IB’er en/of RT’er. We spreken dan van een IHP (Individueel Handelings Plan).

Er zijn momenten waarop de school zelf ondersteuning nodig heeft, omdat het gaat om specifieke problematiek. Wij hebben dan de expertise van externen nodig. In deze gevallen nemen wij contact op met o.a de eerder genoemden SBD of ander extern bureau of een van de onderwijsondersteuners die verbonden zijn met ons samenwerkingsverband Duin- en Bollenstreek. Deze onderwijsondersteuners hebben de expertise vanuit het SBO (Speciaal Basis Onderwijs) of SO (Speciaal Onderwijs)..
Onderzoeken en overleggen kunnen leiden tot de plaatsing op het SO (Speciaal Onderwijs) of het SBO ( Speciaal Basis Onderwijs). De school moet een goed gedocumenteerde verslaglegging bijhouden, die leidt tot het verkrijgen van een zogenaamde Toelaatbaarheidsverklaring. Deze Toelaatbaarheidsverklaring wordt afgegeven door het Samenwerkingsverband Duin- en Bollenstreek en geeft recht op plaatsing op SO of SBO.
Om zover te komen moeten zowel ouders, leerling en leerkracht, RT’er en IB’er een lang traject afleggen.
In het kader van Passend Onderwijs proberen we kinderen zolang mogelijk het reguliere basisonderwijs te laten volgen.
Soms krijgen we ook kinderen teruggeplaatst vanuit het Speciaal Onderwijs. Gelukkig worden we dan ook nog door de school van herkomst begeleid met tips etc. Dat heet Ambulante Begeleiding. Zo’n terugplaatsing komt niet veel voor, maar blijkt soms een succes.
(Hoog)begaafde kinderen zijn er natuurlijk ook. We proberen op onze school deze kinderen, waar mogelijk, uitdagingen te bieden. Extra leerstof, werken met pittige computerprogramma’s, Doe-lessen uit de map Vooruit. Zoveel mogelijk zelfstandig dingen doen en oplossen. Kortom, ook deze kinderen extra ondersteuning bieden.

Alle gegevens van met name de leerlingen die extra zorg nodig hebben, worden bijgehouden in een dossier.

Om de leerling en ouders zo goed mogelijk te kunnen begeleiden is er ook periodiek een zogenaamd Ondersteuningsteam (OT). Aan dit overleg nemen de schoolarts, de jeugd-maatschappelijk werker, de PAB’er van het S(B)O, de IB’er, de directeur én de betreffende ouders van de leerling deel.

 

Vaardigheidsscores toegelicht

Op de basisschool krijgen kinderen toetsen uit de boeken waar ze mee werken. Dit worden de methodegebonden toetsen genoemd. Meestal na elk hoofdstuk of onderdeel wordt de lesstof getoetst. De lesstof zit dan nog vers in het geheugen van de leerlingen. Voor het gemiddelde resultaat van de toetsen uit de methode in een bepaalde periode wordt een cijfer gegeven op het rapport, bijvoorbeeld een voldoende of goed.

Naast de toetsen uit de schoolboeken maken de leerlingen op de meeste scholen toetsen uit een leerlingvolgsysteem. Op onze school werken we met de toetsen van Cito. Met de Cito-toetsen wordt tweemaal per jaar per lesstof onderdeel onder meer vastgesteld of een kind zich goed ontwikkelt
-als je kijkt naar de uitslagen van de vorige toetsen,
-als je het vergelijkt met andere kinderen van dezelfde leeftijd.

De vaardigheidsscore geeft aan in welke mate een leerling de vaardigheid van een bepaald schoolvak beheerst. Hoe hoger de vaardigheidsscore, des te hoger vaardigheid van de leerling is.

Het aantal goed gemaakte opgaven wordt de toetsscore of ruwe score genoemd. Deze ruwe score wordt vervolgens omgezet naar de vaardigheidsscore. Met deze score kunnen de toetsen uit verschillende leerjaren of groepen met elkaar worden vergeleken.`De leerkracht kan de ontwikkeling van een leerling in een bepaald vakgebied, bijvoorbeeld rekenen, met de vaardigheidsscore volgen.

Klik hier voor een uitgebreide toelichting